Van Frits heb ik zijn redevoering opgestuurd gekregen die ik met respect voor jullie hier onder weergeef:
We waren met drie
broers Olivier. Willem de jongste, Paul de middelste en ik de oudste. Geruime
tijd na ons kwam er ook nog een zusje bij, Thea waar wij, jongens, bijzonder
trots op waren. We groeiden op in Velsen Noord, niet bepaald het centrum van de
wereld, maar toen – nog niet overwoekerd door Hoogovens - geen slechte
speelomgeving voor kinderen.
In die tijd manifesteerde zich al de verschillen
tussen de broers, vooral waar het ging om de besteding van de vrije tijd.
Paul en ik voetbalden
op straat of een veldje of haalden boeken uit de bibliotheek. Met dat laatste
had Willem niet veel op en voetballen vond hij ook onbelangrijk. Hij kende vnl.
twee activiteiten, nl. het organiseren van alles en nog wat voor de buurtjeugd.
Eén voorbeeld. Trots liep hij als tambour-maître voor ‘zijn’ tamboerkorps.
Trommelen deed hij niet. Natuurlijk niet, hij had immers de leiding.
Maar
volgens mij was het eigen belang, want hij had net zoveel gevoel voor ritme als
ik, geen dus.
De tweede activiteit betrof
de techniek. Zijn talenten lagen – naast het organiseren van de buurt – toch
vooral op dat gebied. Dat was opmerkelijk, want waar Paul en ik ons hele leven lang
een week moesten nadenken over de vervanging van een kapotte gloeilamp, had
Willem een sterk ontwikkeld gevoel voor vele aspecten van de techniek. Dat
maakte onze moeder daardoor wel eens aan het schrikken.
Zo kon het gebeuren,
dat zij bezig was in Willems zolderkamer. Zij deed het zolderraam open om de
stofdoek uit te kloppen en keek toen recht in het van oor tot oor grijnzende gezicht
van de jeugdige Willem, die op het dak lag om een antenne aan te leggen.
Hier gekomen wil ik nu
verder in gaan op de verschillen tussen Willem en zijn broers, want die zijn
later zeer essentieel gebleken voor de banden – of soms de afwezigheid er van -
tussen de drie broers. Ik vertel u weinig nieuws, als ik Willem karakteriseer
als iemand met stevige opvattingen, die hij te pas of te onpas, maar wel regelmatig,
kenbaar maakte. Hij was genereus van aard, dus hij vond het niet erg als jij
een andere mening had, als je maar besefte dat die fout was.
Willem wilde wél
enige tijd vrijmaken om aan te tonen waarom jouw opinie fout was en de zijne
juist. Ik geef u een voorbeeld uit het leven gegrepen. Van 1994 tot 2006 was ik
zeer actief in de politiek . Willem vond dat wel interessant en wilde mij graag
helpen een beter politicus te worden. Hij had daarvoor zijn eigen methoden, die
bij mij helaas niet altijd op vruchtbare bodem vielen. Ik die tijd aten we twee
of drie keer per jaar een hapje in een lokaal restaurant.
Na de wederzijdse
begroeting en het opgeven van de keuze uit het menu, viel Willem met de deur in
huis. Hij keek mij doordringend aan en zei dan: Jij zit in de politiek hé? Ik
kon dat alleen maar beamen, nou dan kwam Willem. Het was of hij heel wat
politiek ongenoegen had opgespaard. Dat werd dan breed uitgemeten, met als
conclusie, dat incompetente mensen het land bestuurden. Dat moest anders en u
begrijpt wel dat hij vond, dat ondernemers het land behoorden te leiden. Mijn
zwakke tegengeluid over democratie en zo werd dan blijmoedig weggewuifd. Ook dan
was Willen dus ongezouten in zijn meningen, opgewekt maar zeer beslist.
Hier raak ik dan een punt
dat het verschil tussen de broers kan verklaren. Als voor iemand geldt: “hij
heeft een ruwe bolster, maar een blanke pit” dan is dat Willem. De pit van
Willem was zeer blank, maar vaak moeilijk te vinden. En hij besefte soms niet
voldoende, dat niet iedereen de tijd wil nemen om die blanker pit te vinden, vooral
niet als hij te vaak tegen die ruwe bolster is aan gelopen.
Van de vier kinderen
is ons zusje Thea wel het meest de familie toegedaan . Zij vooral had oog voor
die blanke pit. Het was haar dierbaar als we met elkaar rond de tafel zouden
zitten. Tot ons aller spijt is het daar niet van gekomen. Ik zeg tot ons aller
spijt, want het opmerkelijke is toch steeds geweest, dat we in de kern elkaar
als echte broers beschouwden, maar in de loop van de tijd kregen toch een
zekere koppigheid, om niet zeggen onze ego’s de overhand.
Thea komt de eer toe
dat zij zich daar niet bij neer wilde leggen. Zij nam uiteindelijk weer contact
op met Willem en dat contact ging ergens op lijken. Mede daardoor hadden Willem
en ik een voorzichtig email contact. Het was opvallend hoe bezorgd hij daarbij was
over mijn gezondheid.
De tijd heeft ons echter ingehaald en het ons belet die
voorzichtige contacten uit te bouwen tot stevige, zoals het eigenlijk hoort in
een familie. We moeten het nu doen met de herinnering. Wat mij betreft – en dat
geldt ook voor Thea – is die herinnering toch vooral die blanke pit. Die pit
zullen wij koesteren, de rest is onbelangrijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten